Boeren vraagt veel van boeren in turbulente tijd

Sinds half oktober regent het zo wat onophoudelijk. Als ik niet al te precies kijk, durf ik zelfs te beweren dat het voortdurend regent. Voor boeren, van wie de fabriek en portemonnee grotendeels buiten liggen, moet dit bijna ontmoedigend zijn. De oogst van 2023 is niet op alle plaatsen binnengehaald en wat de vooruitzichten zijn voor 2024 is ook nog de vraag. Aan uitdaging geen gebrek.

Grond kan nooit te duur zijn?

‘Alleen blijvers kopen grond en die is achteraf nooit te duur betaald.’ Een gevleugelde uitspraak met een kern van waarheid. Tegelijkertijd heeft ook grond te maken met economische wetmatigheden. Periodes van hoog- en laagconjunctuur wisselen elkaar af. Stijgende rente- en aflossingslasten zorgen ervoor dat het verdienvermogen onder druk komt te staan. Wordt grond daarmee te duur of kan het nooit duur genoeg zijn?

Luizen uit eigen pels bijten het hardst

Een melkveebedrijf heeft jongvee nodig, je moet de veestapel steeds vernieuw en verbeteren. De tijd heeft geleerd dat hier vakkundig op inzetten wordt beloond. Door deze en andere professionalisering hebben we de landbouw op het productieniveau van vandaag gebracht. Iets wat door landbouwcommissaris Sicco Mansholt al in de jaren zestig werd gepredikt en waarvoor hij niet alleen maar complimenten heeft gekregen.

Het gedoe om geld neemt alleen maar verder toe

Groeien is noodzakelijk. Immers, alles wat niet groeit overleeft niet. Financieren van groei en ontwikkeling van het bedrijf doen veel agrarisch ondernemers historisch gezien met eigen geld. En als dat niet genoeg voorhanden is, schakelen zij – naast de familie – vanaf de jaren ’70 meer en meer met hun huisbankier. Vanaf de kredietcrisis in 2010 tot vandaag zien we de bancaire onrust steeds verder toenemen en dat maakt geld lenen lastiger en vooral duurder.